Studiemiddag ‘Betere Bodemvruchtbaarheid door Steenmeel’

 

Draagvlak voor doorontwikkeling steenmeel

 

Steenmeel verbetert de bodem, vergroot opbrengsten, optimaliseert bemestingsrendement en minimaliseert op termijn de behoefte aan chemische gewasbeschermingsmiddelen. ,,Een gezonde bodem is een ziekte-onderdrukkende bodem’’, zegt microbioloog Dave Rensman. Vanuit die overtuiging wordt er gewerkt aan doorontwikkeling van en kennis over steenmeelgebruik. Er lopen inmiddels demo’s bij acht landbouwbedrijven, waarvan de eerste resultaten aan zo'n vijftig boeren en mensen uit de agribusiness werden gepresenteerd tijdens de studiemiddag Steenmeel van Gebr. Eckhardt Mengvoeders en Meststoffen in Jipsinghuizen. In de op te starten  Steenmeelacademie is nog ruimte voor belangstellende agrariërs.

 

Steenmeel stimuleert een structureel gezonde, vruchtbare en productieve bodem. Deze onderbouwde aanname vormt het draagvlak voor doorontwikkeling van gebruik van deze bodemverbeteraar, die nog maar beperkt wordt toegepast. Problemen met de bodem ontstaan door jarenlange uitputting en onbalans in essentieel bodemleven door onder meer bestrijdingsmiddelen. Als gevolg van onder andere striktere mestwetgeving komen deze problemen nu versneld aan het licht. Het is zeer waarschijnlijk dat steenmeel een wezenlijke bijdrage kan leveren aan het oplossen van deze structurele problemen.

 

Draagvlak

Voor doorontwikkeling en optimale inzet van het nog beperkte agrarische gebruik van steenmeel zijn boeren nodig die bereid zijn om mee te denken, praten en percelen beschikbaar te stellen voor toepassing op praktijkschaal. Dit draagvlak lijkt er in de Noordoost-Nederlandse agrarische sector zeker te bestaan, getuigen de ongeveer vijftig aanwezige boeren en vertegenwoordigers van agribusiness zoals suiker- en aardappelzetmeelindustrie tijdens deze studiemiddag in het Jipsinghuizer buurthuis.

 

Acht deelnemers

Draagvlak blijkt ook uit de acht landbouwbedrijven die inmiddels de daad bij het woord hebben gevoegd en daadwerkelijk deelnemen aan het project dat is opgezet door Carpay Advies, de Biogeoloog en Gebr. Eckhardt Mengvoeders. Tijdens de studiemiddag werden de eerste resultaten gepresenteerd. Bij landbouwbedrijf Schrör in Musselkanaal begon drie jaar geleden het eerste demoproject met Basa Box en Bio-Lit. Alle overige pilots, waaraan ook Schrör opnieuw meedoet met een ander perceel, hebben nu één jaar achter de rug. In 2015 is getest met zowel het nieuw op de markt gekomen ‘snelle’ Actimin-BT met een zeer hoog gehalte nutriënten en sporenelementen als met Bio-Lit steenmeel, dat al goed presteerde in de bestaande demo bij Schrör. De producten zijn opgebracht  in hoeveelheden van één ton per hectare op grasland en twee ton per hectare op percelen akkerbouwland. De steenmeelstroken en de rest van het perceel kregen met uitzondering van het opbrengen van steenmeel dezelfde behandeling.

 

Resultaten

Bij het driejarige demoproject van Schrör was het eerste jaar na aanbrengen van het steenmeel nog geen hogere opbrengst aan suikerbieten te zien. Het tweede jaar echter was de opbrengst van zetmeelaardappelen op de percelen met Bio-Lit in gewicht 14% meer met 8% extra zetmeel. Het derde jaar – met wintertarwe als gewas – nam ook het eiwitgehalte van het graan op de stroken met beide steenmeelproducten toe ten opzichte van het referentievlak zonder steenmeel. Schrör zei in een interview zich zeker aan te melden voor een meerjarig vervolgproject: ,,In de loop der jaren heeft agrarisch gebruik de grond verarmd. Wij moeten nu met minder bemesting een goede opbrengst halen, dus ervoor zorgen dat de mest beter wordt opgenomen.’’

In de demo, die startte in 2015, was bij Zuidema in Musselkanaal al na één jaar een duidelijke stijging te zien in zowel opbrengst (3-7%) als eiwitgehalte (6-8%) van zomergerst. Bij Kaput in Vlagtwedde was bij zetmeelaardappelen na één jaar geen duidelijke verandering zichtbaar. Het nieuwe perceel bij Schrör liet al een duidelijke meerwaarde zien bij zetmeelaardappelen: de opbrengst steeg met 6,7% (Actimin-BT) en 1,4% (Bio-Lit), het zetmeelgehalte met respectievelijk 4,8 en 1,2%. Mts Migchels-Maarsing uit Onstwedde paste steenmeel toe bij meerdere gewassen. Bij gras is het resultaat qua droge stof over drie sneden het grootst bij Actimin-BT. De eiwitopbrengst van zijn gerst steeg met 20% bij Actimin-BT en 10% bij Bio-Lit. Van zijn perceel maïs steeg zowel de opbrengst (met resp. 12 en 6%) als de voedingswaarde. ,,Bij de maïs moest de hakselaar twee kilometer langzamer rijden. Je kon het niet zien, maar de loonwerker die ons gras maaide – en die niet op de hoogte was van de behandeling met steenmeel – viel het gelijk op dat zijn tractor in toeren terugviel toen hij tijdens het maaien deze strook op reed’’, vertelt Migchels. ,,De opbrengsten zijn significant hoger. Ik word steeds enthousiaster.’’

 

Bacteriegeschikt boeren

Microbioloog Dave Rensman sprak tijdens de studiemiddag over het belang van bacteriegeschikt boeren. Want bacteriegeschikt boeren geeft gezond eten en grotere, zekere oogsten. ,,De natuur is heel subtiel’’, vertelde hij. ,,Balans is essentieel. Tekorten van stoffen zorgen voor remmingen in micro-organische processen: onbalans in de kringloop, in het verteren van voedingsstoffen en in biosystemen.’’ Volgens Rensman zijn we in de uitputting van de bodem al aan het eind van de spoorweg gekomen: ,,De bodem is zo slecht dat de planten zeer zwak zijn. Dat zien we ook aan ons eten, er zit qua voedingswaarde bijna niks meer in onze planten.’’

 

Ecosysteem onder druk

Door afname van micronutriënten staat het ecosysteem van micro-organismen in de bodem sterk onder druk. En deze organismen zijn juist essentieel voor gezonde grond: zij hergebruiken voedingsstoffen in de wortelzone, zorgen dat voedingsstoffen in de juiste vorm beschikbaar komen, beschermen tegen ziekten en produceren essentiële bijproducten zoals vitaminen, enzymen en hormonen. Rensman: ,,Een gezonde bodem is een ziekte-onderdrukkende bodem. Micro-organismen zorgen voor voeding, energie en bescherming. Daarom is alles wat je doet om micro-organismen te bestrijden niet zo slim. Je moet juist de leefomgeving optimaliseren.’’

 

Planten eten steen

Behalve H, C, N en O zijn alle bouwstenen voor het leven op aarde afkomstig van gesteenten. ,,Planten eten steen: de bodem is hun uitwendige verteringskanaal’’, vertelde biogeoloog Gino Smeulders. Hij liet zien hoe mineralen onder het vrijgeven van nutriënten en sporenelementen uit de bodem verdwijnen. Op basis van onderzoek door Duitse wetenschappers naar kali-opname in graan, illustreerde hij dat het graan meer kali opneemt uit bodemmineralen dan uit kunstmest. Dit is voor veel nutriënten en de meeste sporenelementen het geval en daarmee legt hij meteen de vinger op de zere plek, want de bodem krijgt verweerde mineralen nooit aangevuld in de vorm van bijvoorbeeld achterblijvend rivierslib na hoog water. Dit onderstreep de uitspraak van Schrör dat de bodem wordt uitgemijnd. Smeulders liet zien dat in Europa de hoeveelheid mineralen in de grond de afgelopen eeuw met gemiddeld 72% is afgenomen. Door de intensieve landbouw ligt de afname in Nederland boven dit gemiddelde. Deze minerale slijtage uit zich onder meer in toenemende kalkbehoefte, verslechterde bodemstructuur, te weinig voedsel voor bodemleven en hogere ziektedruk voor planten, dieren en mensen.

 

Effect van steenmeel

Smeulders lichtte toe dat het effect van steenmeel tweeledig is. Enerzijds zorgt het voor bodemherstel door het leveren van nutriënten en sporenelementen, het verbeteren van de bodemstructuur, positieve invloed op bodemleven, stabilisatie van de pH-waarde, verhoging van de CEC en opbouw en stabilisatie van organische stoffen. Anderzijds heeft steenmeel duurzame effecten: er is minder energie nodig bij productie en er is sprake van CO2-vastlegging door verwering. Kort samengevat: ,,Met steenmeel voeren we aan wat de natuur zelf niet meer kan aanvoeren door onder andere aanleg van dijken: vers bodemmateriaal dat vol zit met nutriënten en sporenelementen.’’

 

Steenmeelacademie

De boeren die deelnemen aan het project willen na het eerste jaar allemaal doorgaan. Dat gebeurt in georganiseerd verband, in de vorm van een meerjarig steenmeelproject onder de naam Steenmeelacademie. Binnen de Steenmeelacadamie vormen praktijkonderzoek, het onderling uitwisselen van ervaring in studiegroepverband en kennisverspreiding de kern. De op te richten studiegroepen komen twee keer per jaar bijeen om ervaringen uit te wisselen, onder meer op basis van resultaten in opbrengst en bodemanalyses. Studiegroepcoördinator is Harm de Vries: ,,Wij zijn voor de studiegroep op zoek naar boeren die er meer van willen weten, die zich willen verdiepen in de materie.’’